Je moet één smaak kiezen!

Auteur: Stijn Boot  | Categorie: Afval

Er bestaan maar twee manieren om afval te verwerken. Je kunt het nuttig toepassen of je kunt het verwijderen. Bij nuttige toepassing zijn er mogelijkheden voor uitvoer en gelden er uitzonderingen op de vergunningplicht voor inrichtingen. Een verwerker kan er groot belang bij hebben dat de bedrijfsactiviteiten (alsnog) worden aangemerkt als nuttige toepassing.

Illustratief daarvoor is de rechtsstrijd tussen de provincie Gelderland en de exploitant van een baggerspeciedepot in een ontgrondingenplas in de uiterwaarden van de Nederrijn, die naast baggerspecie nu ook grond wil afzetten. Met een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland lijkt het pleit beslecht.

Aan een exploitant is destijds een omgevingsvergunning verleend voor het afzetten van baggerspecie die niet voldoet aan de kwaliteitseisen. De exploitant heeft daarna aangegeven ook grond te willen afzetten. De provincie wilde daar niet aan meewerken en besloot te handhaven. De exploitant is vervolgens in beroep gegaan. In een eerste uitspraak was de Rechtbank Gelderland van oordeel dat als de grond zou worden toegepast in overeenstemming met het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) én de afzet ervan zou kwalificeren als een nuttige toepassing, er geen vergunningplicht zou bestaan op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Maar wanneer is er sprake van nuttige toepassing? Er zijn twee mogelijkheden.

Ten eerste kan er sprake zijn van handelingen als bedoeld in artikel 35, onder de Bbk. Dat is volgens de rechtbank niet aan de orde, omdat de afzet van grond niet primair is gericht op herinrichting of stabilisatie van de ontgrondingenplas.

Ten tweede zou over de band van artikel 5 Bbk en de rechtspraak van het Europese Hof sprake kunnen zijn van nuttige toepassing. In dat kader is het van belang dat het hof eerder heeft bepaald dat een behandeling van een afvalstof niet gelijktijdig kan worden aangemerkt als verwijdering én als nuttige toepassing. Voor nuttige toepassing is vereist dat het belangrijkste doel van de handeling is om de afvalstof een nuttige functie te laten vervullen doordat zij in de plaats komt van andere materialen, waarmee natuurlijke hulpbronnen worden beschermd. Daarbij is het hoofddoel van de installatie bepalend. Maar in dit geval is de rechtbank van oordeel dat de afzet van de grond primair tot doel heeft zich ervan te ontdoen. Daarmee is verwijdering het doel van de afzet  en is er dus geen sprake van nuttige toepassing. Dat maakt dat er geen uitzondering gemaakt kan worden op de vergunningplicht. Bovendien kan er geen vergunning voor worden verleend, omdat het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Bssa) het storten (verwijderen) van grond binnen een vergunningplichtige inrichting als de onderhavige verbiedt.

In hoger beroep stelt de exploitant dat het baggerspeciedepot niet gekwalificeerd moet worden als een inrichting voor het storten van afvalstoffen. Dat in een poging het stortverbod voor grond te “omzeilen”. De Raad van State gaat daar niet in mee. De baggerspecie kan niet nuttig worden toegepast. Er is geen nuttig doel aan de orde, dus het betreft een verwijderingshandeling. De verleende vergunning ziet daarom wel degelijk toe op een stortplaats, waarvoor het verbod geldt om grond te storten, tenzij de grond niet reinigbaar en niet koud-immobiliseerbaar is..

In de hoop de kwalificatie als stortplaats op te heffen, heeft de exploitant vervolgens een veranderingsvergunning aangevraagd. Mocht die worden verleend dan zou het verbod op het storten van grond niet langer gelden en de afzet van grond alsnog kunnen worden vergund. Maar die vergunning is door de provincie geweigerd en de Rechtbank Gelderland laat die weigering in stand. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Raad van State, waarin is bevestigd dat men baggerspecie stort, waardoor er sprake is van een stortplaats. In dat geval is een combinatie van de aangevraagde activiteiten niet mogelijk. Nu de rechtbank vaststelt dat de exploitatie van de stortplaats niet wordt beëindigd, is er nog altijd sprake van een stortplaats en geldt nog steeds het verbod om daar grond te storten.

Het is dus van tweeën één: verwijderen of nuttig toepassen. Men kan niet naar voorkeur kiezen tussen die smaken of deze vrijelijk combineren. Het hoofddoel van de activiteit is bepalend en kan – smakelijk of niet - andere activiteiten in de weg staan.

 

Aantal reacties: 0